Controversy on reproduction of foreign works (1856-1857)

Source: Nieuwsblad voor den boekhandel, vol. 23 (1856), pp. 263-264, 276 & vol. 24 (1857), pp. 9-10, 14, 18, 79, 88, 93-94, 100-102, 105-106, 113-114; http://tijdschriften.kb.nl/

Citation:
Controversy on reproduction of foreign works (1856-1857), Primary Sources on Copyright (1450-1900), eds L. Bently & M. Kretschmer, www.copyrighthistory.org

Back | Record | Images | No Commentaries
Translation only | Transcription only | Show all | Bundled images as pdf

            Chapter 1 Page 1 of 18 total



(263)

[...]

Submitted Letters. -- Notices etc.

Reproduction

[...]

Which grounds could be given for the defence of copying of works published abroad?
Messrs. BINGER may perchance, together with others, deem the copying as permissible, yes, beneficial, yes, even as a service rendered to literature. But do they, and like-minded, consider in no way any right of writers, nor do they recognize property rights of an author on his work? If not, -- they do not belong in this century, they are a century behind in their views.

[...]


    


(263)

[...]

Ingezonden Stukken. -- Berigten enz.

Nadruk.

In deze week heeft een bedroevend feit in den Nederlandschen Boekhandel plaats gegrepen , een feit, wat, hoe men er over denken moge, nimmer onzen Boekhandel tot eere kan verstrekken. -- ik bedoel de uitgave van eenen nadruk van MOTLEY Rise of the Dutch Republic. -- Ik noem het feit bedroevend dewijl het geen geisoleerd , alleenstaand feit is, alleen ontstaan uit den wensch om aan onze Landgenooten dit voortreffelijke werk meer toegankelijk te maken, maar omdat het uitgaat van dezelfde firma, die vroeger eenen nadruk van H. HEINE's Werke heeft geleverd. Daarom vind ik het bedroevend, want nu schijnt het dat de toeleg bestaat, om ook andere werken, buitenslands verschijnende, en hier goed verkoopbaar, na te drukken, en alzoo ons land te begiftigen met dat kwaad, met die schande, welke vroeger op Belgie kleefde, van namelijk het letterkundig roofnest te zijn. En wat toch zouden de Uitgevers, (de anders zoo ter goeder naam en faam staande Heeren BINGER) tegen den schijn van ook andere boeken te willen nadrukken, en alzoo de plaats van Belgie in te nemen, in te brengen hebben? Dat het hier een uitmuntend, zoo juist voor ons land geschikt boek geldt, wat zij door lagen prijs en bevallig uiterlijk voor een ieder verkrijgbaar willen stellen? Maar waarom dan vroeger die zielverpestende werken van HEINE uitgegeven, de werken van dien duivel in menschengedaante, van hem wiens wedergade van godslastering , verbonden met de grofste obscoeniteit, de geschiedenis der geheele letterkunde niet aan te wijzen heeft, werken die eenen des te gevaarlijker geest ademen, gehuld als ze is in eenen verleidelijk schoonen, ja schaarsch ge-evenaarden uitmuntenden vorm, -- waarom dan die werken niet ongedrukt gelaten? Men zal toch door dit werk van MOTLEY niet een zoenoffer willen brengen voor het vroeger, mijns inziens, misdrevene? De meening der HH. BINGER over HEINE en dien herdruk is mij vroeger te zeer gebleken, dan dat deze hoop zoude kunnen veld winnen; maar juist naar aanleiding van vroegere gedachtenwisseling over die uitgave, juist daarom achte ik dat het nu hoog tijd is, deze zaak: het nadrukken van buitenlandsche werken hier te lande, openlijk te bespreken. Ik weet het de Heeren BINGER zullen mij deze openlijke vraag niet ten kwade duiden, en mij evenmin het regt ontzeggen om voor mijn gevoelen uit te komen waar zij blijken geven een ander toegedaan te zijn, terwijl zij evenzeer regt hebben het hunne te verdedigen als ik het mijne voor te dragen. Het zal mij, en velen anderen hoogst aangenaam zijn, hunne gronden te mogen vernemen voor eene daad, door hen voorzeker niet onoverlegd bedreven, -- ja, wat meer is, de Nederl. Boekhandel heeft, mijns inziens, het regt, van de Heeren BINGER te vorderen hunne beweegredenen te vernemen voor eene daad die in veler oogen den geheelen Nederl. Boekhandel eene smet zal aanwrijven.
Welke gronden zijn er voor verdediging van den nadruk van buitenlands verschenen werken op te geven?
De HH. BINGER zullen welligt met sommigen den nadruk op zich zelven voor geoorloofd, ja voor heilzaam houden , ja zelfs voor eene dienst aan de letterkunde bewezen. Maar geldt dan bij hen en gelijkdenkenden geenszins eenig regt der schrijvers, en erkennen zij geen eigendomsregt van eenen auteur op zijn werk? Indien niet, -- dan behooren ze in onze eeuw niet te huis; ze zijn met hunne denkbeelden eene eeuw ten achteren. Hier is het de plaats niet veel te twisten over de hoofdzaak, over het wettige, over het geoorloofde van nadruk ; de HH. BINGER hebben echter zelve betoond dat deze meening de hunne niet is door Leden te zijn der Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels in Nederland, en door hunne


    

Our Partners


Copyright statement

You may copy and distribute the translations and commentaries in this resource, or parts of such translations and commentaries, in any medium, for non-commercial purposes as long as the authorship of the commentaries and translations is acknowledged, and you indicate the source as Bently & Kretschmer (eds), Primary Sources on Copyright (1450-1900) (www.copyrighthistory.org).

You may not publish these documents for any commercial purposes, including charging a fee for providing access to these documents via a network. This licence does not affect your statutory rights of fair dealing.

Although the original documents in this database are in the public domain, we are unable to grant you the right to reproduce or duplicate some of these documents in so far as the images or scans are protected by copyright or we have only been able to reproduce them here by giving contractual undertakings. For the status of any particular images, please consult the information relating to copyright in the bibliographic records.


Primary Sources on Copyright (1450-1900), Faculty of Law, University of Cambridge, 10 West Road, Cambridge CB3 9DZ, UK